Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u - Sander HeijneEr zijn van die schrijvers die de gave hebben om ingewikkelde of abstracte onderwerpen zo helder uit te leggen dat zelfs een leek het nog begrijpt. Sander Heijne is één van die schrijvers. Het boek Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u is zijn debuut.

Het boek deed me denken aan Sapiens van Yuval Noah Harari. Zoals Harari in Sapiens de geschiedenis van de mens beschrijft, zo beschrijft Heijne in zijn boek de geschiedenis van marktwerking in Nederland.

Beide auteurs nemen je mee terug in de tijd en leiden je langs de belangrijkste ontwikkelingen tot aan het heden. Vervolgens delen ze de inzichten van deze reis en beschrijven ze wat er beter kan. Hierbij eindigt de reis vaak in mineur. Maar beide schrijvers weten er vervolgens zo’n draai aan te geven dat het boek inspirerend en hoopvol eindigt.

Beide auteurs hebben de bekwaamheid om de lezer enthousiast én wijzer te maken over een onderwerp. Hierdoor maakt het eigenlijk niet uit waar ze over schrijven. Zelfs een vuistdik boekwerk over de geschiedenis van de paperclip zou nog een plezier zijn om te lezen.

In dit artikel vertel ik in grote lijnen waar Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u over gaat.

Waar gaat Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u over?

Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u gaat over marktwerking. Het beschrijft de effecten van marktwerking op de gezondheidszorg, het spoor, het energienet en andere diensten. Heijne begint bij de oorsprong van het marktdenken:

“De schotse grondlegger van de moderne economie, Adam Smith (1723-1790), was ervan overtuigd dat het publieke belang het beste gediend wordt wanneer individuen hun eigen belang kunnen nastreven.”

“De ideeën van Milton Friedman borduren voort op het werk van Smith. Friedman stelt dat markten zonder centrale coördinatie ondernemers uit de hele wereld zullen aanzetten samen prachtige en complexe producten te fabriceren.”

In het boek beschrijft Heijne wat er gebeurde toen de overheid steeds meer begon te geloven in een kleinere rol voor de overheid. Ze raakte er door de jaren heen van overtuigd dat steeds meer diensten aan de markt overgelaten konden worden.

Dit was volgens de schrijver geen goed gefundeerde keuze: “Alexander Rinnooy Kan, destijds voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER), hekelde het gebrek aan rationaliteit. ‘Het debat over marktwerking is ideologisch en dat gaat ten koste van de nuchtere, zakelijke analyse van de feiten.'”

Effecten van het marktdenken

Heijne beschrijft de effecten die het marktdenken heeft op verschillende publieke diensten en illustreert daarbij rijkelijk met voorbeelden.

Eén zo’n voorbeeld is de energiemarkt. De energie die ons licht en warmte geeft en waarmee we kunnen koken en wassen, wordt dankzij marktwerking voornamelijk geleverd door buitenlandse partijen.

(Ik vraag me af hoe sterk de onderhandelingspositie is van de partijen die de energie leveren. En wat die partijen zouden doen als de relatie met de Nederlandse overheid minder goed wordt.)

De schrijver maakt in het boek duidelijk dat marktwerking in veel gevallen een serieus probleem is waar direct iets aan gedaan moet worden. Gelukkig is Heijne niet iemand die ergens kritiek op levert zonder bij te dragen aan een oplossing voor het probleem.

Vier voorwaarden voor succesvolle marktwerking

Heijne beschrijft in Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u eerst het idee van marktwerking. Dan geeft hij voorbeelden van wanneer marktwerking wél of niet werkt. Vervolgens deelt de schrijver vier voorwaarden die noodzakelijk zijn voor geslaagde marktwerking in de publieke sector.

  1. Het ondernemersbelang botst niet met het publieke belang.

    Volgens Heijne zouden bedrijven het eenvoudigste geld moeten kunnen verdienen door het publieke belang te dienen. Stel je voor dat de NS het gemakkelijkste geld zou kunnen verdienen door zo veel mogelijk passagiers zo goed mogelijk te vervoeren. Dan zou het bedrijf meer investeren in comfortabele wagons en deskundig personeel. Maar als de NS gemakkelijker geld verdient aan nevendiensten, zoals de winkels op de stations, dan zal een groot deel van de investeringen naar die nevendiensten gaan.

  2. De afnemer betaalt voor zijn eigen consumptie.

    In Nederland is het zo geregeld dat de burgers via hun werkgever en via de zorgverzekering betalen aan het zorgstelsel. Hierdoor kan iedereen goede zorg krijgen bij ziekte of ongevallen. Een goede zaak. Maar een nadeel is dat mensen niet zelf voor hun zorg betalen. Het gevolg hiervan is dat mensen niet naar prijs kijken, maar enkel naar wat voor hun de beste zorg is. En daardoor kunnen zorgkosten hoog oplopen. Nu krijgt bijvoorbeeld geen enkele persoon een rekening als hij of zij de huisarts bezoekt. Als dat wel zo zou zijn, dan zou het aantal bezoeken vermoedelijk een stuk minder worden.

  3. Zowel aanbieders als afnemers moeten keuzevrijheid hebben.

    Bij succesvolle marktwerking moeten er meerdere aanbieders zijn. Begin deze eeuw werd het middel Daraprim voor één dollar per tabletje verkocht. Maar tegenwoordig maakt Turing Farmaceuticals gunstig gebruik, of misbruik, van haar monopolie-positie en verkoopt ze hetzelfde middel voor 375 dollar per tablet.

    Naast voldoende aanbieders, moeten er ook voldoende afnemers zijn voor succesvolle marktwerking. Een groot deel van de patiënten van zorgverleners zijn verzekerd bij een klein aantal verzekeringsmaatschappijen. De verzekeringsmaatschappijen weten dat en hebben als afnemers een (te) sterke onderhandelingspositie. Hierdoor kunnen ze onredelijke eisen stellen aan de zorgverleners.

  4. Wacht met marktwerking tot het internationale speelveld gelijk is.

    Wanneer voor marktwerking wordt gekozen in een markt met een wereldwijd speelveld, dan is het belangrijk dat er volgens dezelfde regels wordt gespeeld. Als één overheid ervoor kiest om een publieke dienst te privatiseren terwijl andere overheden dat niet doen dan ontstaat er een oneerlijk speelveld. Zo zijn er door een oneerlijk speelveld veel nationale luchtvaartmaatschappijen van kleine Europese landen failliet gegaan of opgeslokt door grotere buitenlandse luchtvaartmaatschappijen.

Hoe nu verder?

Heijne maakt in zijn boek duidelijk wanneer marktwerking wél of niet werkt:

“…ondernemers zijn altijd bereid geweest producten en diensten te exploiteren waar geld aan kan worden verdiend. Ze leveren producten en diensten tegen een prijs die afnemers willen en kunnen betalen.”

Deze producten en diensten worden op een natuurlijke manier door de markt geregeld. Deze hoeven volgens de schrijver daarom ook niet door overheden aangeboden te worden. Maar er zijn ook diensten die overheden wél zouden moeten aanbieden:

“Daarnaast zijn er de diensten waar we als land niet zonder kunnen, zoals infrastructuur, zorg, veiligheid, onderwijs en nog vele andere diensten, maar die zich niet spontaan door de markt laten regelen, simpelweg omdat de exploitatie ervan zonder financiële steun van de overheid nooit genoeg geld oplevert. Oftewel: de ‘publieke sector’.”

Een overheid zou belangrijke diensten die de markt laat liggen aan moeten bieden om zo haar burgers te beschermen.

Marktwerking is dus niet altijd de beste oplossing voor publieke diensten. Maar wanneer marktwerking slim ingezet wordt, kan het volgens Heijne een “prachtig instrument zijn om bepaalde maatschappelijke of economische doelstellingen te bereiken.”

Met de vier voorwaarden die Heijne heeft opgesteld kan beoordeeld worden of een publieke dienst succesvol aan de markt overgelaten kan worden. Volgens Heijne hoeven we slechts vier vragen te beantwoorden om te bepalen of een dienst geschikt is voor de markt:

  1. Dienen de financiële prikkels het publieke belang?
  2. Betaalt de afnemer voor de eigen consumptie?
  3. Hebben zowel afnemers als aanbieders de vrijheid elkaar de deur te wijzen?
  4. Spelen alle internationale deelnemers het spel volgens dezelfde regels?

Pas wanneer alle vragen met ja beantwoord kunnen worden, is de dienst geschikt voor de markt.

En nu maar hopen dat Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u niet alleen maar door burgers wordt gelezen.


Deel dit artikel: